Je bent hier : Vondsten en giftenPagina 4
Pagina 1 | Pagina 2 | Pagina 3 | Pagina 4 | Pagina 5
|
Pagina 6




Dhr. Twan Dictus uit Achtmaal is geen onbekende waar het gaat om schenkingen. In het verleden heeft hij het museum al vaker iets geschonken (zie schenkingen).  Dit maal gaf hij enkele interessante documenten uit de jonge jaren van zijn vader. Het betreft de oproep tot de diensplicht lichting 1928, zijn afgewezen verzoek om uitstel, vervolgens zijn indeling bij het II regiment Huzaren in Den Haag en aansluitend zijn vrijstelling vanwege broederdienst. Ook een technische beschrijving van de V1. Heel uitzonderlijk is een fotoboekje op zakformaat van de schade in Rotterdam na de bombardementen in mei 1940.




De weduwe van D.H. Tolle uit Zundert schonk het museum het uniform van haar man. Het betreft een uniform met pet van een korporaal van de Koninklijke Marine met dienstvak onderscheidingsteken machinist.  

Het embleem toont een vlammende toorts waarachter twee gekruiste pijlen, rood borduursel op zwart laken. Vanaf 1827 hebben stokers en machinisten hun intrede gedaan bij de Marine. Eerst als burgerpersoneel zonder uniform en status, maar na de oorlog werd het machinekamerpersoneel zonder rang stoker en vanaf korporaal werd men machinist.

 




Piet Rommens uit Roosendaal schonk het museum een indrukwekkend geldbedrag. Het betrof echter geld uit vervlogen jaren wat helaas niet meer de waarde had die het ooit vertegenwoordigde. Het is Duits geld uit de crisisjaren 30 vorige eeuw. Door de hollende inflatie werd in hoog tempo steeds grotere geldbedragen op papier gedrukt. Een postzegel kostte uiteindelijk 5 miljard Reichsmark! Om boodschappen te doen moest men met een koffer met papiergeld op pad.




 

Dhr. Kees Brabers uit Achtmaal schonk het museum twee oude fotocamera's. De oudste camera is een Agfa B2 die geproduceerd is van 1926 tot circa 1933. Het "jongste" exemplaar is een Kodak Brownie Flash B die in mei 1958 op de markt verscheen. Bij gebrek aan een gebruiksaanwijzing zijn de getoonde foto's voor het gemak maar met een digitale camera gemaakt.





 

 

De kleinzoon van dhr. Marijn Stravers uit Zundert schonk enkele stukken aan het museum. Het betreft een Duits gasmaker en een Nederlandse bajonet van het geweer/karabijn Hembrug uit de Tweede Wereldoorlog, een Infanterie onderofficierssabel Model 1859, ook wel korte sabel No3 genaamd en enkele naoorlogse verbandpakjes.









Dhr. G. Weijgers uit Rijsbergen schonk het museum een aantal (granaat) hulzen uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Daarnaast enkele opmerkelijk voorwerpen zoals een pijp en een krant. De pijp dateert uit 1914 en heeft een herinneringsopdruk van de mobilisatie 1914. Dit is inmiddels 100 jaar geleden en daar wordt dit jaar veel aandacht aan besteed. De krant (De Stem) dateert van 25 mei 1945 en kondigt de dood aan van de Nazi minister Himmler met het verhaal van de omstandigheden waarbij het om het leven is gekomen.








Jan Voermans uit Achtmaal schonk het museum een vooroorlogse fiets. Die moest nog wel in elkaar worden gezet omdat de fiets in onderdelen werd aangeleverd. Dat het een oude fiets is bleek wel aan de bevestiging van de lamp; dit bleek een carbidlamp te zijn. De fiets heeft een plaatsje gekregen in het nieuwe diorama waar de terugtocht van de Duitsers uit Achtmaal in beeld wordt gebracht. De Duitsers gebruikten bij gebrek aan transport veel in beslag genomen fietsen voor het vervoer van hun uitrusting.  

 









 

Harrie Jochems uit Zundert is een bekende van het museum. Jarenlang is Harrie vrijwilliger geweest van het museum en meerdere malen heeft hij schenkingen aan het museum gedaan. Dit keer mocht het museum een Amerikaanse SCR 578 noodradio ontvangen. De oorsprong van deze noodzender ligt bij een door de Engelsen buitgemaakte Duitse Notsender (NS). Die was vooral bedoeld voor de Luftwaffe die boven zee vloog. Daarmee kon m.b.v. een handgenerator een noodsignaal worden verzonden waarmee de locatie van de drenkelingen kon worden opgespoord. De antenne was bevestigd aan een luchtballon die met een gaspatroon moest worden gevuld. Ook kon gebruik worden gemaakt van een vlieger om de antenne op hoogte te krijgen. Het geheel was in tassen verpakt en vastgemaakt aan een rubber bootje. De Engelsen bouwden met deze vondst hun variant; de T1333 De Engelsen kregen ook een verbeterde Duitse Notsender (NS2) in handen en gaven deze, bij gebrek aan eigen productiecapaciteit, aan de Amerikanen. Op basis hiervan ontwikkelden de Amerikanen een betere versie dan die van de Engelsen en de Duitsers: de SCR 578 ook wel de Gibson Girl genoemd vanwege de vrouwelijke vorm van het apparaat. Ook deze werd verbonden aan een rubber bootje; de Dinghy. De ballon zat in een blik en moest met een gaspatroon worden gevuld. Ook kon een vlieger vanuit een container worden afgevuurd om de antenne op hoogte te krijgen. De SCR 578 is tot ver in de jaren 60 door de militaire en civiele luchtvaart gebruikt. Voor meer informatie zie http://www.wftw.nl/gibsongirl.html.







Copyright 2012 Militair Historisch Museum Achtmaal